Om voorbereid te zijn op klanten die een direct TPMS in hun voertuig hebben, zijn de volgende maatregeen noodzakelijk:

Elke fabrikant kan voor de originele uitrusting van de voertuig een ander type sensor gebruiken. Daarom zijn er ondertussen ook al meer dan 150 verschillende sensormodellen op de markt.
Vereisten:
Originele sensoren zijn al voorgeprogrammeerd met bepaalde voortuigspecifieke details, de sensor kan dus alleen maar in enkele bepaalde voertugien worden gebruikt. Op basis van de verscheidenheid aan verschillende sensoren, moet het voorraadbestand en het daarmee verbonden kapitaal (van de belangrijkste orignele sensoren zouden er telkens minstens 4 stuks op voorraad moeten zijn) van de garage uitgebreid worden, om de klanten naar tevredenheid te kunnen helpen.
Ongeprogrammeerde universele sensoren zijn niet voorgeprogrammeerd en kunnen in de meeste voertuigen probleemloos worden geïntegreerd. Het is dan ook niet nodig om, zoals bij de originele sensoren, een groot aantal unviersele sensoren op voorraad te hebben om aan de noden van alle klanten te voldoen (een basisbestand van universele sensoren volstaat). Voor de universele sensoren is er ook nog een speciaal programmeerwerktuig nodig, om de sensoren voertuigspecifiek te kunnen programmeren. Via dit werktuig worden in een eerste stap de technische gegevens van het voertuig opgevraagd en wordt de positie van de banden, waarin zich de te programmeren sensor bevindt (bv. vooraan links), bepaald. Vervolgens wordt de orignele sensor door het programmeerapparaat herkend (afhankelijk van de software, bv. door het ingeven van de sensor-ID of het automatisch verzamelen door het opleggen van de originele sensor) en de verzamelde gegevens worden voor de programmering van de nieuwe sensor gebruikt. De originele sensor wordt om het zo te zeggen, geïmiteerd. Mocht er geen oude originele sensor ter beschikking staan, kan er ook via het programmeerwerktuig een nieuwe sensor-ID worden aangemaakt.

Om de sensoren vakkundig te monteren of te demonteren heeft u speciale werktuigen nodig. Deze werktuigen vergemakkelijken de montage/demontage en garanderen dat moeren en ventiel voor de sensorhouder met het juiste draaimoment bevestigd worden.
De sensoren worden binnenin de band boven bepaalde bandventielen aangebracht:

Voor die bevestiging heeft men de keuze tussen een aluminium en een snap-in-ventiel (rubberen ventiel), waarbij er voor beide soorten ventielen verschillende uitvoeringen van sensoren zijn (garantie van compatibiliteit tussen ventiel en sensor). Een snap-in-ventiel is meestal goedkoper en makkelijker te verbouwen dan een aluminium ventiel. Maar een snap-in-ventiel is niet geschikt voor een maximum snelheid vanaf 210km/h omwille van de middelpuntvliedende krachten die dan spelen. Voor dergelijke hoge snelheden moet een aluminium ventiel worden gebruikt. Telkens de banden worden verwisseld, moet het ventiel een onderhoudsbeurt krijgen, wat betekent dat de ventielinzet, de ventieldop, de moeren, de schijf en de afdichting vernieuwd worden. Voor dit soort onderhoud zijn er speciale servicekits met de nodige vervangonderdelen, beschikbaar.

Snap-in-ventiel:
Aluminium ventiel:
Wat verandert er op het gebied van het contact met de klant ?
Klanten moeten op de hoogte worden gebracht van:
Opleiding/training van de medewerkers:
Nadat de sensoren werden geprogrammeerd en in het wiel werden ingebouwd, moet men kunnen garanderen dat het voertuig de sensor ook herkent en dat de communicatie tussen sensor en afleesapparaat goed werkt. Daartoe moeten de sensoren van de centrale ontvanger (stuur- en gegevensverwerkingseenheid van het TPMS) worden geactiveerd wanneer er een nieuwe sensor-ID werd gebruikt/aangemaakt of wanneer de oorspronkelijke wielpositie van de sensor werd veranderd.
Er zijn drie manieren om een nieuwe sensor aan te leren/te programmeren (afhankelijk van de capaciteiten van het voertuig):
Er zijn verschillende soorten programmeer-/diagnosewerktuigen met veel verschillende mogelijkheden, in de prijsklasse van 500-1500 EUR.
Voor een diagnose maken de werktuigen draadloos contact met de sensoren, zodat de storing in het TPMS op de werktuigdisplay wordt aangeduid. Normaal gesproken beschikken alleen toestellen uit de hogere prijsklasse over een directe interfacefunctie met het OBD om zo nieuwe sensoren aan te leren. Voor het programmeren van de universele sensoren met de voertuigspecifieke gegevens en een gekloonde of nieuw aangemaakte sensor-ID is een programmeerwerktuig absoluut onontbeerlijk. Met bepaalde tools is het zelfs mogelijk reeds verbouwde sensoren draadloos te contacteren en achteraf te programmeren.
![]()


Geen gebruikerstoeslag of royalty's
Geen minimale hoeveelheden
Geen contractverplichting
Ons serviceteam staat tot uw beschikking voor alle vragen.
020 80 80 352
Maandag tot vrijdag vanaf 7 tot 20 uur
Gratis verzending, vanaf een enkele band